Katrien

‘Niemand breekt mijn schild. En al helemaal dat gespuis van die zorgketens niet!’

Dat is nog eens binnenkomen.
Ik sta ietwat overrompeld in de ruime hal van de aangepaste woning en taxeer snel het felle lieftallige vrouwtje voor mij. Lieftallig én bikkelhard.
Ik glimlach en frons. ‘Toch ga ik het proberen.’

Het was de eerste uitwisseling tussen Katrien en mij.
Katrien was iets wat wij een zorgmijder noemen.
Zijzelf verwoordt dit als ‘gewoon de schurft aan je hebben’ als je vanuit een (zorg)instantie kwam. Vanwege de toezicht van reclassering op haar leven viel ze nu met fikse tegenzin onder de zorg van het Leger en nu al, bulkte haar dunne zorgdossier van de problemen en ‘stigma’s’.
Vanaf dag één was ze een uitdaging. Onder haar schild van harde woorden, zware shag en ‘overal de pleuris aan hebben’, school een dappere ex-alcoholiste die zich op haar manier staande en nuchter  probeerde te houden; in een maatschappij die ze bovenal vijandig vond.
Want Katrien had vastgezeten. Dat was zo ongeveer het tweede wat ze mij zei.

Ik kon mij in dat eerste gesprek al levendig voorstellen dat haar exorbitante persoonlijkheid haar meermaals daags in problemen zou brengen, maar durfde niet te vragen: ‘Hoe dan?! Een dame van uw leeftijd in de bak!?’ – Want zo had ik het er waarschijnlijk uitgegooid.
Katrien werd een missie voor mij. Ik meende wat ik zei. Ik ging het proberen.

In de weken die volgde viel mij op dat Katrien, naast haar duidelijke mening over de grote boze wereld, toch echt oprecht geïnteresseerd was in mij als persoon. En al snel bleek dat we veel overeenkomsten deelde; een jong gestorven moeder en een ‘kindertehuis’ leven. Dit gaf mij enorme openingen in haar binnenwereld.
En van sommige gruwel ik nog.
Katrien was een tv-freak. Tv was naast haar uitstapjes in de scootmobiel, de bezoekjes van de reclassering, mij en telefonisch uitschelden van alle instanties (inclusief het Leger des Heils), haar hele bestaan. Altijd keek ze crime scene gerelateerde programma’s. En dokter Phill. Tot mijn grote verbazing beheerste ze over alle psychologie die de beste kale knakker pas ná háár spuide en wees ze binnen criminele sferen feilloos de dader aan.

Tijdens onze kopjes koffie zette ze soms de televisie uit.
Dan kwam er iets dat ze wilde delen. Korte momentjes waar ze, in knipklare scheldtirades over haar jeugd, toch iets opende en inzicht gaf in dat wat als heftige problematiek werd aangeduid in haar dossier.
Ik liet daar graag het huishouden voor liggen. Want van harde powervrouw werd ze dan ineens iets zachts dat gebroken bleek.
Ik kreeg het in die momenten niet over mijn hart haar verhalen te onderbreken om stof te wissen of vetvlekken op te lossen. Dat doe je gewoon niet. En zoals altijd begon ze ergens in het midden van een verhaal.

‘Mijn bloemenvazen zijn roze omdat die van hem doorzichtig was.’
Ze zucht. Ik zucht met haar mee.
‘Ieder kind wist wat er in die vaas van hem zat. We hadden allemaal een nummer, weetje, zo ging dat toen. En die *piep* had elk nummertje keurig uitgeschreven in dat vaasje zitten.’
Ik voel de bui hangen en word ongemakkelijk. Dit werd intiem.
‘Je nummer werd omgeroepen en dan moest je op kantoor komen. Elke dag was een verassing voor hem, zei hij dan. Het kon een jongetje of een meisje zijn. Ik was denk ik een leuk kind. Ik vond het geen verassing meer.’

Het is te stuitend om op in te gaan. Maar ineens, daar, die hele stoere Katrien, die legde héél simpel, in onomwonden taal die elke Nederlander verstaat -met het hart, haar probleem bloot.
Wat kon ik zeggen? Stuurs hervatte ze:
‘Dus daarom weetje, die ouwe waar ik mee getrouwd was, die wilde op het verkeerde moment een nummertje trekken, ik stond zijn vreten te maken en had een mes in handen…’

Ik ademde diep in. Wauw. Ze lachte zuurtjes, maar stond toe dat ik naast haar ging zitten. Ze schikte zelfs ietsjes op.
‘Volgens de rechter was mijn situatie met die ouwe een verzachtende omstandigheid. Hij oordeelde mild, vond hij, vanwege mijn schelden ook dan hé, meneer de rechter over mijn leven: een rechtmatige hielenlikker van de staat!’

En toen zag ik toch echt de diepe droefheid onder haar weer harder wordende blik. Ik trok intuïtief mijn arm van haar schouder. De nieuwsgierigheid naar hoelang ze in de gevangenis had gezeten was ineens niet belangrijk meer. Deze vrouw zat al haar hele leven in een gevangenis.
En dan ineens is het haar toch te intiem.
Ze stond op. En ik ook. Ik vroeg het toch:
‘Heb je hem vermoord?’
‘Nee. Zes keer steken was niet genoeg.’

Ze was bikkelhard, die Katrien.
‘Moeilijk?’- Absoluut!
Maar ze werd milder. Ze leerde zorg te ontvangen.  En soms kunnen zelfs mensen daar niet echt mee omgaan.  Want Katrien verhuisde uiteindelijk zonder afscheid te nemen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s