Ode aan een psychiater

Ik was 19. Dakloos, beschadigd van top tot teen, met schulden, zonder inkomen en zwaar aan de grond werd ik door een vreemde afgeleverd op een afdeling psychiatrie. Ik zag het leven niet meer zitten, wars van het vechten tegen meerdere diagnoses die op mijn naam stonden en alle hoop en vertrouwen in een toekomst kwijt. Ik wilde dood. Maar eigenlijk wilde ik leven. Ik wist alleen niet hoe. En recalcitrant als ik was, iedereen kon de pleuris krijgen, ik wilde niet meer ‘geholpen’ worden door mensen die het steeds af lieten weten. Mijn verleden, mijn verliezen, mijn wereld, mijn identiteit, normen en waarden als een schervenzee aan mijn voeten.

Het was in de eerste week op die psychiatrische afdeling dat ik tegenover een grote man kwam te zitten in zijn afdelingskantoor. Met mijn voeten op de stoel voor mij keek ik uitdagend in het zoveelste hulpverleningsgezicht dat mij zou gaan vertellen wat de zogenaamde regels van het leven en de afdeling waren om mij vervolgens over één lijn te trekken met wat er inmiddels in mijn afvallige dossier stond.
Maar ik trof een vriendelijk gezicht, gevouwen handen en een luisterend oor. De man, een psychiater, doorstond zijn eerste test. Ik mocht J. bij zijn voornaam noemen. Een kleinigheidje zou je zeggen, maar voor mij, verzwolgen door een wereld van hiërarchische psychiatrische problematiek, een groot goed. Een teken van gelijkwaardigheid.
J. bleek al snel heel anders dan zijn voorgangers.
In de zeven maanden opname die volgde verdedigde hij, als mijn arts, talloze keren mijn verwrongen en beschadigde visie op het leven tegenover verplegend personeel die mijn zucht naar destructie met de paradoxale vraag naar aandacht, liefde en bevestiging nauwelijks kon handhaven. Op een afdeling waar een opnameperiode van maximaal drie maanden stond wist hij mijn zaak zó te bepleiten als één die nu eenmaal tijd, energie en aandacht nodig had. Zo niet, dan zou ik, zonder hulp en geduld, een verloren zaak zijn. Hij wist mij en anderen te overtuigen dat ik de moeite zou zijn, dat al het werk en geduld zou lonen met de tijd. Hoe uitzichtloos ik ook in het leven stond.
Wat ik nooit voor mogelijk had gehouden gebeurde, ik was weer iemand gaan vertrouwen. Iemand die niet alleen met richtlijnen, pillen en afgemeten zakelijkheid aan kwam zetten.
J. was een man die door had wat het belangrijkste was. Ik had een basis nodig. Waardigheid om mijn kwaliteiten te zien, meer dan alleen mijn problemen van drugsgebruik, zelfbeschadiging en provocerend gedrag.
J. was een psychiater die ’s nachts zijn bed uit gebeld kon worden als ik door het lint ging in de isoleercel. Een man die mijn angst om verlaten te worden langzaam van mij afpelde door er steeds op de noodzakelijke momenten te zijn. Een door de wol geverfde arts die samen met zijn team binnen zeven maanden voor mij een inkomen, woning en nieuwe zekerheid wist te verwerven: ik zou het leven aankunnen omdat er eindelijk iemand was die er ECHT voor mij zou zijn. Al zou dit gegeven nog een heel nieuw gevecht blijken nu ik eenmaal op mijzelf woonde en mijn aangeleerde vaardigheden toe moest passen. Bevestiging was iets waar ik altijd om zou blijven schreeuwen en ook hier wist ik maar één uitlaat voor. Meneer de psychiaterman.
Ik was bijna 20. Nu ik inkomen, woonruimte en een baan bij een kinderboerderij had kon eindelijk mijn behandeling beginnen. We zouden puin gaan ruimen. Ik was er klaar voor.
Met wekelijkse gesprekken kwam ik langzaam op de been. Ik was door zijn positieve stimulans, zijn geloven in mijn capaciteiten, zijn aandringen op mijn kunnen, verder gaan kijken dan mijn heftige problematiek van o.a binding en verlatingsangst. Mijn drugsgebruik nam af, mijn zelfbeschadiging werd minder maar ondanks alle effort bleef mijn depressie en de wanhopige gevoelens het leven niet te kunnen bolwerken.
Ik kan mij een week herinneren waarin ik zo ziek was dat ik nauwelijks op mijn benen kon staan. Huilend had ik onze afspraak afgebeld, hoe afhankelijk ik ook was van onze ontmoetingen, ik kon de deur niet uit. Aan het begin van mijn nieuwe leven, nog zonder gezond netwerk en vreselijk desperaat door de eenzaamheid gedreven tot verkeerde copingsmechanismen, ging ’s middags mijn deurbel. J. stond voor de deur, gevoelsmatig op de hoogte van mijn plannen. Met een zak fruit van zijn vrouw.
Door schulden waren er ook momenten dat ik financieel aan de grond zat. Mijn inmiddels tot vaderfiguur gebombardeerde held sprong tot groot ongenoegen van de reguliere richtlijnen toch een enkele keer bij zodat ik in ieder geval boodschappen kon halen.
Maar ondanks alle steun en onvoorwaardelijkheid wist ik dat het nooit genoeg zou zijn. Ik was mij altijd bewust van de gepaste afstand en gezonde grenzen die ondanks kleine verschuivingen vanuit medemenselijkheid, hoe dan ook in acht genomen moesten worden tussen patiënt en arts. En mede door de vele handreikingen leerde ik dat accepteren. Maar de zoektocht naar echte onvoorwaardelijke liefde waar niets van af te dingen viel bleef aan.

Om een heel stuk over te slaan; ik kwam tot geloof. Een radicale, levensveranderende ontmoeting met God zelf zorgde ervoor dat ik de liefde en vervulling ging ervaren waar ik zo aanhangig naar was. Binnen enkele maanden veranderde mijn leven, gedrag en denken zo drastisch dat ik J. los kon gaan laten. Mijn netwerk breidde zich uit, mijn levensstandaard was zonder al mijn emotionele ballast verbeterd, mijn zelfvertrouwen groeide en ik was niet langer bang volwassen te worden en mijn kinderlijke verlangens los te laten. Ik was 21 en in het laatste behandelcontact tussen J. en mij kwamen we tot de conclusie dat alle psychiatrische keurmerken die ik door de loop der jaren verkregen had niet langer op mij van toepassing waren en dat ik klaar was om de behandeling af te sluiten. Destijds waren zijn laatste woorden dat ik altijd nog een beroep op hem kon doen, en dat hij, zoals hij maanden beloofd had om mij te overtuigen integer te zijn, hij niet zomaar uit mijn leven zou vertrekken.
Een belofte die hij de tien jaar daarna gestand liet doen.
Hij verliet de afdeling waar hij werkte als mijn arts en startte een eigen praktijk. Ons contact bleef. Het was niet echt meer nodig maar hij deed wat hij zei, ondanks dat ik daar niet meer bang voor was, hij zou mij niet ‘in de steek laten.’

Ik kwam dankzij mijn heftige verleden, treffen van goede mensen, radicale verandering en vrijwaring van de psychiatrie tot het besluit een autobiografie  te schrijven. J. was op de boekpresentatie en toonde zijn oprechte trots.
Een aantal jaar later, nadat ik na jaren strijd en verlatenheid binnen mijn familie eindelijk een goede relatie met mijn vader onderhield werd hij ernstig ziek. Hij stierf binnen drie weken een afgrijselijke dood en ik was er kapot van. Nu had ik als volwassene eindelijk mijn vader teruggevonden en nu hield dat op. Het was een logisch gevolg dat ik mijn vroegere vaderfiguur benaderde. Tot mijn grote ontroering was J. op de crematie van mijn vader, om wederom zijn betrokkenheid met mijn leven te betonen.

Jaren verstrijken. Ik ben 30. God en het leven zijn goed voor mij. Ik ben getrouwd, heb meerdere boeken geschreven, werk in de zending, heb een vaste baan, goede vrienden, een stabiel en gezond bestaan waarin het verleden ver achter mij ligt. Ik ben gelukkig.
Dan ineens krijg ik tongkanker. Een operatie volgt. Opeens volgt de ellende elkaar op. Door complicaties na de operatie ga ik door ondragelijke pijnen en een week later overlijd ik bijna door een morfine allergie. Hoewel ik de maanden daarop lichamelijk goed herstel lig ik geestelijk overhoop. J. komt met een fles champagne op bezoek om de overwinning op de ziekte te vieren en polst tot in hoeverre mijn psychische problemen reiken. Ik wimpel in mijn trots een leven zonder hulpverlening te leiden, zijn bezorgdheid weg maar zak ik de maanden die volgen tot een geestelijk dieptepunt. Ik heb geen idee wat er met mij aan de hand is. Ik lijk gewoon vergeten hoe het leven werkt. Niets gaat meer vanzelf, ik slaap niet of dagen achter elkaar, ik ben door een staat van overprikkeling in de ziektewet beland en wordt voortdurend overvallen door jeugdtrauma’s en de schokgolf die kanker mij bracht.
Als ik op een avond laat aan de waterkant van het kanaal zit besef ik mij dat ik zo niet verder kan. Ik ben op een bekend punt aangeland. Ik verlang naar de rust van de dood terwijl alles in mij het hartstochtelijke leven dat ik leidde terug wil. Ik besluit ’s avonds laat J. te appen.
Een appje waarin ik al mijn trots opzij zet: ‘Ik heb professionele hulp van jou als arts nodig.’
Nog diezelfde avond krijg ik reactie. Ik proef dat hij het aan heeft zien komen maar rustig af heeft gewacht tot ik de stap zou zetten. Hij is trots op me. Al is dat een schrale troost. In een maatschappij waar mensen wekenlang wachten op de juiste behandeling kan ik vier dagen later terecht bij een collega psycholoog uit zijn eigen praktijk. Het voelt als een nederlaag J. weer als ‘mijn psychiater’ te moeten benaderen maar diep van binnen weet ik dat ik de juiste keuze heb gemaakt. Wederom ben ik geveld door een hardnekkige depressie en een posttraumatische stressstoornis door de impact van kanker.

De afgelopen twee jaar heb ik keihard aan mijzelf gewerkt. De gestarte medicatie slik ik niet meer, heb een intensieve therapie afgerond, werk weer volledig en heb over twee maanden nog een laatste afspraak met J. als behandelaar. Eigenlijk meer ter afsluiting dan dat het nog echt nodig is. In de laatste periode heb ik ervaren, in tegenstelling tot mijn angst, dat onze relatie al een hele lange tijd niet meer gebaseerd is op een afhankelijkheidspositie mijnerzijds, maar dat ik echt de inzichten nodig had die J. en zijn collega’s mij bieden konden. De soms eindeloze uitleggen over de werking en noodzaak van medicatie en golfbewegingen van de hersenen hebben vrucht gedragen. Naast de persoonlijke betrokkenheid bleek hij wederom een man die zijn vak verstaat en mijn geestelijke warrigheid soms wat dogmatisch aan de kaak stelde. Mij ook streng overdroeg ter opname toen dat nodig bleek.
Het was een lange weg, waarin oude obstakels soms weer opgeruimd moesten worden maar ik ben weer gelukkig. En bevestigd in het feit dat sommige beloftes echt stand kunnen houden. Zelfs al ben ik nu een volwassen vrouw van 33 met een heel leven om haar heen, J. was daar toen het nodig was. Ik had nooit gedacht dat het nog nodig zou zijn, maar voor een tweede keer: missie geslaagd. En daar zal ik deze bijzondere psychiater altijd dankbaar beyond measures voor zijn.

Dit verhaal is niet slechts een lofzang op één persoon. Het is een pleidooi over het feit dat goede zorg bestaat. Maar allereerst geloof ik in een goede God die mensen tot in de kern wilt herstellen. Zoals in mijn verhaal blijkt: hij gebruikt hier vaak mensen voor. Niet alleen J. is een lot uit de loterij gebleken, ook zijn vroegere en huidige team heeft mij met raad en daad bijgestaan. Stuk voor stuk bewogen mensen die dienen vanuit een hart de ander vooruit te willen helpen. De laatste twee jaar heb ik vaker op de stoel van J. zijn collega psycholoog gezeten en meer wandelingen gemaakt met de bewegingsagoog dan dat ik daadwerkelijk bij meneer de psychiaterman heb vertoefd maar dat was oké. Het totaalplaatje is goede, op maat gemaakte zorg.
Ook in het verleden, toen mijn netwerk alles behalve sociaal was, heb ik het getroffen met hulpverleners uit jeugdzorg met wie ik tot op de dag van vandaag nog steeds contact heb. Mensen die de getroebleerde jongvolwassene in mij zagen, niet slechts de problematiek. Mensen waarmee ik nu een wederzijds volwassen vriendschap heb opgebouwd omdat deze mensen mij de privilege hebben gegeven een plaatsje in hun leven en hart in te nemen. Maar ook zijn er leraren geweest die voor mij op de bres sprongen, werkgevers die risico’s voor mij durfde te nemen, vrienden die dwars door al het falen heenkeken en uiteindelijk een geweldige echtgenoot die onvoorwaardelijk aan mijn zijde is gaan staan.

Al deze mensen verdienen hun eigen lofzang, maar over J. moest ik een blog schrijven, want laten we eerlijk wezen: in een azijnzeikende wereld waar mensen vaak de neiging hebben steeds maar weer over de zorg en haar systeem heen te plassen, zijn dit soort verhalen vaak inderdaad meer uitzondering dan regel.
Maar ze zijn er. Ze zijn er absoluut!
En ondanks dat ik er God in de eerste plaats voor dank, zal ik mijn succesverhalen met een ieder delen die het horen wil.

Ben je nieuwsgierig geworden naar het inhoudelijke van mijn verhaal en dat van mijn medestrijders? In mijn autobiografie‘Mama zei dat ik zou sterven’ kun je meer lezen. Het boek is te verkrijgen bij bol.com

Advertenties

7 reacties op ‘Ode aan een psychiater

  1. Super blij voor jou. God is goed en Hij zorgt ook voor de juiste mensen op onze weg. De mindere figuren tel ik gewoon nu niet mee. Daar leren we van, dat dan weer wel…

    Mijn abonneerveld werkt weer, als je nog wil. En ik ben benieuwd hoe jij het slot van mijn sprookje ziet.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s