Er moet licht komen

Ja… uhh, dus eerst was er licht en toen pas de zon?

Soms overvalt mij als christen wel eens een dikke vette ‘Hoe Dan?!’ Anders te omschrijven als een uitdaging. Als volgeling van Jezus zul je merken dat je vaak voor uitdagingen staat. Niet alleen door je geloof te leven, (lees: heb jij waarlijk lief? Ben jij blij, vervuld, een voorbeeld?)  maar ook om je geloof daadwerkelijk te geloven! 

Hé, wat bedoel je: je gelooft of je gelooft niet zou je zeggen?
Klopt.
Maar waar een christen (als het goed is) bekend om staat -en helaas ook vaak op afgerekend wordt- is zijn geloof in de Bijbel. Of Gods Woord zoals ik het liever noem. Gods Woord is voor mij persoonlijk het meest kostbare, rijkste, wijste en logische boek dat ik bezit. Het is een blauwdruk van God, van Zijn liefde en plan voor de wereld, een statement op Zijn verlossingswerk, daarin een heldere schets van hemel en aarde, een richtlijn voor ons bestaan en soms dus ook een confronterende spiegel. Maar ik moet eerlijk zijn: de Bijbel kan ook een ingewikkeld boek zijn; een meesterwerk weliswaar, maar wel één die vragen oproept, die in zijn onfeilbaarheid contradicties lijkt te bevatten. En juist dat aspect maakt Gods Woord voor mij een uitdaging; geloof ik echt wat ik zeg te geloven? Deze vraag maakt dit eeuwenoude -maar oh zo alledaagse- boek voor mij een werkboek, toepasbaar in de praktijk, maar ook iets waar je in kan graven, met de zekerheid dat je schatten vindt!
Oorspronkelijk is de Bijbel in het Hebreeuws en Grieks geschreven, talen met een gelaagdheid die dit Goddelijk geïnspireerde Woord nog meer blootlegt en verdiept. Natuurlijk is een studie Hebreeuws of Grieks niet voor iedereen weggelegd, maar er zijn boeken en apps die ons een beetje op weg kunnen helpen in de grondtekst.  Ik ‘graaf’ vanuit nieuwsgierigheid, ondanks dat vind ik dat onze Nederlandse vertalingen net zo Gods Woord zijn als de oorspronkelijke tekst. Toch hoop ik jou vandaag met mij mee te laten verwonderen over het meest geprezen en bekritiseerde boek ter wereld, simpelweg door een klein beetje onder de oppervlakte van de platte tekst te kijken. En hopelijk ervaar je, net als ik, dat de Bijbel, waarlijk Gods Woord, staat als een huis. Zelfs als je wel eens denkt: ‘Hoe Dan?!’

Deel 1: Het begin

Velen, gelovigen en ongelovigen, hebben het scheppingsverhaal gelezen. Ik ook. Eindeloos vaak. Verwonderd, dat zeker, maar niet heel kritisch als ik eerlijk ben. Totdat ik online een vraag tegenkwam waarvan ik dacht: hoe kan ik dit gemist hebben?! Los van de wereldse discussie of Jezus nu wel of niet heeft bestaan, is Gods scheppingsweek in Genesis misschien wel het grootste struikelblok voor zij die niets van het christendom willen weten. De vraag die ik tegenkwam vroeg om een antwoord. Eentje die ik niet kon geven, maar waarvan ik overtuigd was dat het antwoord alleen maar kon benadrukken dat de Bijbel zichzelf nooit tegenspreekt. Lees de eerste vijf verzen van Genesis met mij mee. Ik ben benieuwd of jij net zo’n scherpe lezer als de vraagsteller bent. Alhoewel de eerste zin van dit blog (voor de scherpe lezer :p) de kern van de vraag een beetje verklapt…

‘In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en leeg, en duisternis lag over de watervloed; en de Geest van God zweefde boven het water. En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht. En God zag dat het licht dat het goed was; en God maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. En God noemde het licht dag en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.’
(Genesis 1:1-5)

De eerste dag. Op deze eerste dag, in vers 3, spreekt God het licht tot wording. No big deal zal je denken. Maar als je het scheppingsverhaal verder leest, dan lees je dat God pas op dag vier de zon, maan en sterren tot bestaansrecht in ons heelal plaatst! De vragen: Waar kwam dat eerste licht vandaan? Wat had dit voor reden en betekenis? Wat wil God ons laten zien met deze schijnbare onlogische scheppingsvolgorde!?
Het eerste wat ik te weten wilde komen was of het licht van dag één tot dag drie hetzelfde licht was als wat wij uiteindelijk kennen als het licht dat de zon ons geeft. Hiervoor dook ik het Hebreeuws in, het schatgraven was begonnen.

Het woord ‘licht’ zoals in Genesis vers 3 gebruikt is het Hebreeuwse ‘ore’, (ook wel owr) wat letterlijk betekent: verlichting. Deze vertaalvorm van verlichting omvat meerdere aspecten, waaronder (innerlijk) verlicht worden door vreugde! Als je dieper gaat graven in de Hebreeuwse woord en letterkunde kan je zeggen dat ‘ore’, het licht dat God in wording sprak, in het begin een op zichzelf staand, verspreidend licht is.
Voor ik hier verder ga is het goed om te weten dat het Hebreeuws een complexe taal is. Waarschijnlijk ook de moeilijkste taal. Dit komt vooral door haar gelaagdheid. Het Hebreeuwse alfabet (van 22 letters) laat zich op elk afzonderlijke letter uitleggen in zowel een numeriek systeem, symbolen en het alfabet dat woorden vormt. Elk woord heeft zo zijn woordelijke betekenis, een getalwaarde en in elkaar grijpende symbolen die afzonderlijk, maar ook samen weer een betekenis vormen. Een Hebreeuws woord draagt zo meerdere aspecten in zich die het onder andere voor onze vertalers zo moeilijk heeft gemaakt de Bijbel te vertalen. Ik gebruik voor deze studie vooral de algemene woordbetekenis, maar ik kon het niet nalaten om dit ‘ore’ licht in zijn afzonderlijke symbolen te ontdekken, vertaald: orde (scheppen!) van boven. Persoonlijk word ik hier enthousiast van, maar laten we het voor nu even houden op: ‘ore’= (innerlijke) verlichting.

Even terug naar ‘op zichzelf staand’, dat is belangrijk als je ervan uit gaat dat elk licht dat wij zien en ontvangen gekoppeld is aan een bron. Het licht (ore) in de eerste drie scheppingsdagen lijkt uitsluitend gekoppeld te zijn aan God. Pas op dag vier stelt God de zon op zijn plaats. We lezen in Genesis 1:14-17 dat God lichten aan het hemelgewelf plaatst ‘om te zijn tot tekenen, en tot aanduiding van vaste tijden en van dagen en jaren’.

Hier wordt Gods ‘ore’ aan ‘ma’or’ gekoppeld. Letterlijk verbindt God hier ‘ore’ (het eerste licht) aan ‘ma’or’. (Hebreeuws voor de lichten uit Genesis 1:14, die zich letterlijk laten vertalen als hemellichamen.)
Dit ‘ma’or’ licht, wat wij kennen als o.a de zon krijgt hier de taak om ‘ore’ te verspreiden als element zijnde. God stelt de zon op zijn plaats om te zijn als teken, om onze dagen maar ook seizoenen te regelen. Dit hemellichaam ‘ma’or’ krijgt op dag vier zijn taak toebedeeld. Licht verspreiden op aarde. ‘Ma’or’ verder uitgeplozen ‘een licht dat toegewezen is aan een bron,’ een hemellichaam. Om in herhaling te vallen: Gods licht van de eerste dag wordt hier toegewezen tot een element als basisonderdeel van ons bestaan, want, zo zou je zeggen: zonder zon geen bestaan voor ons… Of toch?

Straks kom ik heel kort nog even terug op de zon en waarom ik persoonlijk denk dat deze pas op de vierde dag verscheen, maar laten we eerst even kijken waar God nog meer in de Bijbel over ‘ore’ licht spreekt. Dit om tot een diepere betekenis van dit eerste licht te komen.
Naar mate ik zelf steeds meer Schriftgedeeltes las waar over ‘ore’ werd gesproken, hoe meer ik tot de conclusie kwam dat dit licht van de eerste scheppingsdag daadwerkelijk God als enige bron kent. Vooral koning David betrekt ‘ore’ op God zelf.
In Psalm 4:7 vraagt David aan God ‘of hij het licht (ore) van Zijn aangezicht over hem wil doen schijnen.’ In Numeri 6:25 lees je ditzelfde in de vorm van een zegen voor het volk van Israël. ‘Hij doet Zijn aangezicht over je schijnen!’
Gods aangezicht, oftewel Zijn aanzien en gedaante is licht blijkt uit deze verzen!
David vraagt in Psalm 43:3 of ditzelfde licht hem wil leiden én het zal hem grote vreugde zijn. (Weetje nog: ‘ore’ brengt verlichting in zichzelf, daarmee ook vreugde) In Psalm 27:1, 36:10 en 104:2 lees je dat God het licht en heil IS, dat Hij de bron van leven is door wiens licht wij ook het licht zullen zien (herkennen), maar ook lees je dat God Zichzelf in licht hult. Al deze verzen spreken over ‘ore’. Er is nog een link die onlosmakelijke verbonden is met Gods wezen. ‘Ore’ wordt namelijk in meerdere verzen gekoppeld aan Gods glorie en Zijn heerlijkheid. Ook het woord ‘heerlijkheid’ heeft een diepere laag in het Hebreeuws. ‘Kabowd’,  letterlijk: pracht en overvloed. Gods licht wordt hier direct in verband gebracht met pracht en overvloed. Ik deel graag twee Bijbelverzen met jullie die straks voor meer duidelijkheid zullen zorgen.

Jesaja 60:1 ‘Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de Heere gaat over u op.’
Ezechiël 43:2 ‘…en de aarde werd verlicht vanwege Zijn heerlijkheid.’

Het lijkt erop dat Gods licht van dag één is afgescheiden van Zijn eigen aanzien en gedaante, dat het in staat is mensen te leiden en vreugde te geven, dat het een bron van leven is waardoor wij het licht ook zullen herkennen als van God zijnde, dat dit licht Zijn pracht en overvloed laat zien en zelfs over ons kan doen opgaan. En: Hij hult zich in dit licht!

Deel 2: Het einde

Tot zover hebben we ontdekt vanuit het Oude Testament (de tijd vóór Jezus) dat het licht dat God beval te schijnen onlosmakelijk met Gods wezen verbonden was en dat Hij daarmee de aarde Zelf verlichtte. Maar dan zijn we er nog niet. Blijf nog even hangen! Het Nieuwe Testament zal dit licht ook echt sluitend maken.
Even terug naar het begin.
Genesis 1:3 ‘En God zei: Laat er licht zijn.’
Nu maken we een sprong, we slaan het Oude Testament dicht en gaan verder vanaf het moment dat Jezus geboren is, het Nieuwe Testament. Dit wordt er over Hem gezegd:

‘In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door het Woord gemaakt, en zonder dit Woord is geen ding gemaakt dat gemaakt is. In het Woord was het leven en het leven was het licht van de mensen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen.’
(Johannes 1:1-5)

God SPRAK het licht tot wording in Genesis. Ook als wij spreken gebruiken wij…Woorden! Johannes onderbouwt dit héél duidelijk. Jezus, het Woord, was vanaf het begin bij God en is God Zelf! Dat onlosmakelijke licht, verbonden met God, zou dat niet Jezus zijn? Het licht van de wereld? Ik snap dat we nu, bijna onvermijdelijk op een nieuw discussie punt uitkomen, namelijk is Jezus God en mens tegelijk. Alleen al op basis van de komende verzen over licht mogen we Jezus Zijn Goddelijkheid als een feit aannemen, maar los hiervan staat de Bijbel vol  met bewijs waaruit blijkt dat Jezus Gods Zoon is en daarmee God zelf. Ik ben het met je eens, het is een mysterie maar geen geheim. Als je bereid bent Gods licht (letterlijk dus!) erover te laten schijnen wordt al snel één en ander duidelijk. Laten we verder kijken…

Nu we hier spreken over dit Nieuw Testamentische licht, spreken we niet langer over ‘ore.’
Het N.T is geschreven in een andere tijd waar niet langer Hebreeuws de overhand had maar Grieks. Hierdoor lijkt het alsof het zich anders laat vertalen, maar toch staat het licht uit het O.T niet los van het Licht van de wereld uit het Johannes evangelie.
Jezus, oftewel Zijn aanduiding in het woord licht vertaald zich vanuit het Grieks met ‘phos’. Letterlijke betekenis: schijnen, bekendmaken zowel in/door licht als door middel van een bron. We zien hier dus dat in ‘phos’, de ‘ore’ (het verspreidde licht) als de ‘ma’or’ (een lichtdrager) samenkomen in de Persoon van Jezus.
En dat is niet zonder reden.
De brief Efeziërs 3:9 zegt daar het volgende over:

‘…(om) allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus.’

Feitelijk zegt de schrijver Paulus hier dat hij door zijn geloof in God, de mensen mag helpen door middel van zijn kennis en openbaring van Jezus, een licht te laten schijnen op het werk, het doel van Jezus hier op aarde. Om mensen te helpen en in te zien dat ze vergeven en hierdoor verlicht moeten worden door het licht zelf!
Het ‘verlichten’ in Efeziërs is verwant aan het ‘phos’ van Jezus. Zonder dit licht zullen wij niet zien. Ook hier is een terugkoppeling te vinden naar de Psalm van David: dat zij door Uw licht, het licht zullen zien. 

In dit licht (woordgrapje!) kan je in de Bijbel ook terugvinden dat Jezus met de aanduiding ‘phos’ gelijkgesteld wordt aan God. Dit lees je in 1 Johannes 1:5.

‘En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht (phos) is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is.’

 In Johannes 8:12 zegt Jezus wederom het Licht van de wereld te zijn, maar ook dat wie Hem volgt zelf dit licht van leven zal hebben. Hij verbindt hier licht aan leven, precies zoals God deed in zijn scheppingswerk. Echter draaide de schepping om fysiek leven en draait Jezus’ zijn komst om geestelijk leven!

Zo roept Hij bijvoorbeeld op in Mattheüs 5:14 om als Zijn volgeling zelf het licht van de wereld te zijn, en in vers 16 benadrukt Hij dat wanneer je dit licht laat schijnen (zodat mensen Hem zien in jou door wat je doet, hoe je je gedraagt en wat je zegt) men God daarvoor de eer zal geven.
Om ook hier opnieuw Oud Testament en Nieuw Testament met elkaar te verbinden is het van belang om te noemen dat dit ‘uitdragen’ van Jezus niet gaat zonder kennis gemaakt te hebben met het Licht (God) en Zijn aangezicht (Jezus). Zie je hier ook het verband met het Oud Testamentische ‘ore’ zoals in de verzen van Jesaja 60:1 en Ezechiël 43:2 waar hij spreekt over de heerlijkheid (overvloed en pracht) van God dat voortkomt uit Zijn licht?
Om dit Bijbels te bekrachtigen lezen we nog één vers dat gedragen wordt door dit licht. En daarin ook beloofd dat Jezus als licht zijnde ons die overvloed en pracht wil schenken door geloof in Hem.

‘Want God Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen is ook Degene Die in onze harten geschenen heeft tot verlichting van kennis van heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus.

(2 Korinthiërs 4:6)

Conclusies

Ik ben aan het einde van mijn betoog gekomen. Op grond van bovenstaand verhaal kunnen we nu uit Genesis 1:3 alleen al, drie conclusies trekken:

1. God IS licht. Niets bestaat zonder licht. In de fysieke wereld niet, maar ook in de geestelijke wereld niet. Door Jezus, het Licht van de wereld, heeft Hij alles geschapen en in deze schepping heeft Hij op de vierde dag het licht voor onze aarde toegewezen aan de zon. In ons fysieke, materiële, wetenschappelijke denken hangt van dit zonnelicht ons bestaan af. Maar ten diepste is Hij de bron van AL het leven. Volgens het Woord van God geldt geestelijk gezien de waarheid dat wanneer je Hem (het licht, de verlichting!) niet hebt/gelooft, je ook het eeuwige leven niet hebt.

2. God bewijst van Genesis tot Openbaringen boven de schepping (en dus ook de mens) te staan. Hiermee staat hij ook boven de wetenschap. Ondanks dat veel van de wetenschap Gods creatie en bestaan bekrachtigd en zelfs erkent, zijn er zat theorieën die God teniet willen doen en van mens een god willen maken. Door middel van het scheppingsverhaal sluit God de evolutietheorie al tweeledig uit. Allereerst doordat HIJ de wereld geschapen heeft, maar ook in de manier waarop. De evolutietheorie veronderstelt o.a dat de zon nodig is geweest om tot bestaansvormen te komen. Ook hier is God, als licht, zelf het leven (geweest). Was het je bijvoorbeeld ook opgevallen dat de vegetatie van de aarde al vóór de zon geschapen werd?

3. God is het begin en het einde. De Alfa en Omega zoals de Bijbel dat noemt. Waarom? De schepping kwam tot wording in Zijn licht en zal aan het einde ook weer bestaan uit louter en alleen Zijn licht. In de Bijbel komt uiteindelijk alles bij elkaar, het Woord Gods verbindt dingen die wij soms misschien niet 1,2,3 begrijpen, maar het belangrijkste blijft dat het Gods liefdesbrief aan ons is. Een brief in boekvorm die altijd en overal, op elke pagina spreekt van Zijn liefde voor ons. Want daarom en daarom alleen heeft Hij ons Zijn licht gegeven. Het Levende Woord.
Weetje nog dat ik nog even terug zou komen op het bestaan van de zon? Er komt een dag dat we die niet meer nodig hebben, dat God ons en de aarde Zelf weer verlicht omdat Jezus haar lamp is. (zie ook: Openbaringen 21:23)
Ter afsluiting dan ook deze geweldige belofte uit Jesaja 60:19-20

‘De zon zal voor u niet meer zijn tot een licht overdag en als een schijnsel zal u de maan niet verlichten, maar de Heere zal voor u zijn tot een eeuwig licht en uw God tot een sieraad. Uw zon zal niet meer ondergaan en uw maan zal zijn licht niet intrekken, want de Heere zal voor u tot een eeuwig licht zijn en aan de dagen van uw rouw zal een einde komen.’

 

*In deze Bijbelstudie heb ik gebruik gemaakt van de Herziene Statenvertaling omdat deze naar mijn mening niet alleen goed leesbaar is, maar daarnaast ook relatief dicht bij de grondtekst ligt.

 

Advertenties

4 reacties op ‘Er moet licht komen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s